Aldenhoven

Parochiekerk St. Maarten
De katholieke kerk St. Maarten in Aldenhoven werd tussen 1949 en 1953 als parochie- en bedevaartskerk gebouwd op het grondplan van de laatgotische St. Maartenskerk. Oorspronkelijk stond hier een kleine veldkerk die diende als gebedsplaats voor verschillende dorpen. In 1516 werd deze vervangen door een hallenkerk in gotische stijl. De 64 meter hoge toren was in de regio Jülich al van verre te zien – een van de redenen waarom de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. Ook het kostbare Bitter Lijden Altaar uit 1510 viel ten prooi aan de bommen. Slechts enkele overblijfselen konden worden gerestaureerd.

Barmhartigheidskapel en Vindplaatskapel
Het was 1654 toen Dietrich Mülfahrt, een inwoner van Aldenhoven, hier een Mariabeeld ontdekte in een lindeboom. Sindsdien is Aldenhoven een bedevaartsoord en wordt het elk jaar door duizenden pelgrims bezocht. De twee kapellen getuigen hiervan: de Vindplaatskapel en de Barmhartigheidskapel. De eerste werd aanvankelijk opgericht als een houten heiligdom op de plek waar ooit de lindeboom stond. In het zicht van de Vindplaatskapel staat sinds 1659 de Barmhartigheidskapel, die hertog Philipp Wilhelm von Jülich in 1659 liet bouwen. Het beeld van Maria wordt nog steeds bewaard in de Barmhartigheidskapel.

Huis Vaahsen / Mijnmuseum
De geschiedenis van Huis Vaahsen is nauw verbonden met die van het beeld van de Maagd Maria: toen Aldenhoven zich had ontwikkeld tot een bruisend bedevaartsoord, werd de zorg voor de pelgrims overgedragen aan de paters kapucijnen van Jülich. In 1661 bouwden ze een klooster vlak naast de Barmhartigheidskapel. Hieruit kwamen het huidige Huis Vaahsen en het Mijnmuseum voort. Aan het begin van de 18e eeuw renoveerden de paters de kerk en het hoofdgebouw. In 1797 moesten ze hun klooster verlaten en in 1802 werd het als klooster opgeheven en voortaan gebruikt als hoeve. De voormalige kerk kreeg de functie van schuur en werd navenant verbouwd. Het woongebouw van het klooster, een eenvoudig bakstenen gebouw met een gewelfde kelder, werd een boerderij. Het gebruik als landbouwbedrijf eindigde in de jaren 1950 en de gemeente Aldenhoven droeg het terrein over aan de mijnbouwvereniging. De vereniging runt sinds 1997 een mijnmuseum in Huis Vaahsen